Rendement van infraroodpanelen in slecht geïsoleerde woningen
Stel je voor: je woont in een prachtig oud huis, met hoge plafonds en diepe vensterbanken. Heel charmant, maar het tocht en de muren zijn koud.
Je wilt graag van het gas af, maar een warmtepomp is een enorme investering en vloerisolatie zit er voorlopig niet in.
Dan hoor je over infraroodpanelen. Geen gedoe met leidingen of radiatoren, gewoon een strak paneel aan de muur of het plafond. Maar werkt dat echt?
Kan zoiets een koude, slecht geïsoleerde woning écht comfortabel maken zonder een torenhoge energierekening? Dat is de hamvraag. We duiken erin, zonder ingewikkelde praatjes.
Wat is infraroodverwarming eigenlijk?
Vergeet de traditionele centrale verwarming die de lucht in een kamer opwarmt. Dat is een beetje alsof je een waterkoker aanzet en de hele badkamer warm probeert te krijgen met die stoom.
Infraroodverwarming doet iets heel anders. Het werkt eigenlijk als de zon. De zon straalt licht en warmte uit die op je huid komt, en pas daarna voel je de warmte.
Een infraroodpaneel doet precies hetzelfde. Het zendt onzichtbare infraroodstraling uit die objecten in de kamer raakt: je bank, de tafel, de wand en vooral: jóú.
Deze straling zorgt ervoor dat die objecten en jijzelf direct warmte opnemen. Je voelt meteen een aangename warmte op je huid, ook als de lucht eromheen nog best fris is. Dit is een cruciaal verschil. Bij een gewone radiator warmt hij eerst de lucht op, die dan omhoog stijgt.
Omdat warme lucht lichter is, blijft die boven hangen. Je hebt dus een veel te warm plafond en koude voeten.
Bij infrarood is de warmte direct en voel je die overal waar de straling komt. Je lichaam voelt die temperatuur direct aan, zonder dat de luchttemperatuur eerst enorm hoeft te stijgen. De efficiëntie, oftewel het rendement, wordt hierdoor anders bekeken.
Een gascondensketel heeft een theoretisch rendement van boven de 100%, maar je betaalt voor gas en je hebt warmteverlies via het rookkanaal en de leidingen.
Een elektrisch paneel zet 100% van de stroom die het verbruikt om in warmte. Dat klinkt perfect, maar de prijs van stroom is nu eenmaal hoger dan die van gas. De truc is om te zorgen dat je die stroom slim gebruikt, zodat je niet te veel betaalt voor de warmte die je echt voelt.
De uitdaging van een slecht geïsoleerd huis
Een slecht geïsoleerde woning is als een vergiet. De warmte die je opwekt, verdwijnt via de kieren, gaten en dunne muren razendsnel naar buiten.
Bij een traditioneel systeem moet je constant bijverwarmen om het warmteverlies te compenseren.
Dat is dweilen met de kraan open en een energieverslindende bezigheid. De meeste experts zullen dan ook direct roepen dat isolatie de absolute basis is. En ze hebben gelijk.
Een huis zonder isolatie is gewoonweg niet efficiënt te verwarmen, met welk systeem dan ook. Toch is er een andere manier om ernaar te kijken. Infraroodverwarming is een 'plaatselijke' verwarming. Je verwarmt niet de hele lucht in de kamer, maar alleen de plekken waar je bent.
In een ongeïsoleerde woonkamer heeft het weinig zin om de hele ruimte op 21 graden te brengen, want de koude muren zuigen die warmte direct op.
Je stookt je huis dan letterlijk warm voor de muren. Dit is precies waar infrarood een slimme troef kan zijn, mits je het op de juiste manier inzet.
De strategie verandert: in plaats van het hele huis verwarmen, kies je voor 'zonering'. Je plaatst een paneel boven de bank, een paneel bij je werkplek en misschien een in de slaapkamer. Je verwarmt de plekken waar je daadwerkelijk aanwezig bent.
Dit bespaart een hoop energie omdat je niet onnodig lege kamers opwarmt.
De koude lucht en muren blijven wel koud, maar jij zit er comfortabel bij omdat de straling jouw lichaam direct warmte geeft. Je voelt je warm, terwijl de thermostaat misschien op een lagere stand kan blijven staan. Een ander belangrijk aspect is het gevoel van comfort.
In een koude kamer met koude muren straalt die kou naar je lichaam toe. Je lichaam verliest warmte aan die omgeving.
Een infraroodpaneel geeft je lichaam juist extra warmte terug, waardoor je die koude straling compenseert.
Het voelt alsof je in de zon staat op een frisse dag. Dit effect zorgt ervoor dat je je bij een lagere omgevingstemperatuur alsnog comfortabel voelt. Dit kan het energieverbruik in vergelijking met een radiator die op 70 graden staat te gloeien, flink drukken.
De juiste wattage en plaatsing: de sleutel tot succes
Als je een infraroodpaneel in een slecht geïsoleerde kamer plakt, kun je niet zomaar een willekeurig model pakken. De benodigde kracht, oftewel het wattage, is veel hoger dan in een goed geïsoleerde nieuwbouwwoning, waar je wellicht gebruikmaakt van een duurzaamheidslening voor infrarood panelen.
Een kleine 350 watt is in een warm huis voldoende, maar in een koude kamer met tocht en koude muren moet je denken aan minimaal 600 tot 750 watt per paneel, afhankelijk van de grootte van het te verwarmen oppervlak. Een paneel van 60x60 cm heeft vaak een vermogen van 400 watt, een groter model van 120x60 cm kan 800 watt leveren. De vuistregel voor een ongeïsoleerde ruimte is: hoger wattage is beter.
Je moet de koude muren en lucht immers 'overstemmen' met je straling.
Een paneel van 600 watt is vaak een betere start dan twee van 300 watt. Je kunt een paneel van 800 watt prima gebruiken om een gemiddelde woonkamer van 20 vierkante meter comfortabel te maken, mits je hem strategisch plaatst. Je moet wel rekening houden met je stoppenkring; een paneel van 800 watt trekt ongeveer 3,5 ampère. Meerdere panelen op één groep vereisen dus een beetje planning.
Plaatsing is hier nog belangrijker dan in een goed geïsoleerd huis. De straling moet vrij bij jou kunnen komen.
Hang het paneel dus niet achter een deur die altijd openstaat, of achter een grote kast. De ideale plek is aan de muur op ooghoogte, gericht op de plek waar je zit of staat. Of aan het plafond, gericht naar beneden.
In een koude kamer met een hoog plafond is een plafondpaneel vaak effectiever, omdat de straling dan de hele kamer in kan vallen en de koude luchtlaag niet zo'n issue is.
Denk ook aan de omgeving. Een infraroodpaneel werkt optimaal als het straling kan afgeven aan objecten die de warmte vasthouden. Dit heeft een positieve invloed op het energielabel van je woning; een paneel boven een lege plek is immers zonde van je stroom.
Zet je bank er dus pal onder of tegenover. De bank warmt op en geeft die warmte langzaam aan jou af.
Zo bouw je een warmtebron op die aanvoelt als een heerlijke warmtebron. Verwacht niet dat het paneel de koude lucht in de hoek van de kamer direct gaat verwarmen; dat is niet de bedoeling.
Soorten panelen en een realistische prijsindicatie
De wereld van de infraroodpanelen is divers. Let bij de certificering van infraroodpanelen bijvoorbeeld op de klassieke aluminium varianten met een witte coating.
Die zijn vaak het goedkoopst en doen hun werk uitstekend. Ze zijn licht en stralen de warmte fel uit. Een paneel van 600 watt (zo'n 60x90 cm) heb je al vanaf ongeveer €150,-.
Dit is een prima optie voor wie puur voor de functie gaat en niet te veel wilt uitgeven. Ze zijn vaak wat strakker en minder 'sfeervol', maar functioneel zijn ze zeker.
Wil je meer sfeer of integratie in je interieur? Dan kijk je naar glaspanelen.
Deze hebben een veiligheidsglas voorplaat en kunnen bedrukt worden met een eigen foto of een leuk patroon. Ze zijn vaak wat duurder. Een glaspaneel van 58x58 cm met een vermogen van 400 watt kost rond de €250,- tot €300,-. De warmte voelt iets zachter aan en ze zien eruit als een modern kunstwerk aan de muur. Dit is een populaire optie voor in de woonkamer of badkamer.
Een andere optie is de spiegel. Een infrarood spiegel is perfect voor de badkamer of slaapkamer. Je hebt er direct een warmtebron en een functionele spiegel in één. Let wel op dat de warmte de spiegel niet te heet maakt; goede modellen zijn hierop gebouwd. Een infrarood spiegel van 60x40 cm met 400 watt kost ongeveer €220,-. Ook heb je speciale panelen voor onder de douche, die vo
