Infraroodpanelen en de invloed op het energielabel van je huis
Stel je voor: je bent een koukleum, je oude gasgestookte kachel doet het steeds minder en je energierekening schiet omhoog.
Dan hoor je iemand enthousiast praten over infraroodpanelen. Het klinkt futuristisch, maar het is eigenlijk heel simpel. Je verwarmt niet de lucht, maar de objecten en mensen in de kamer. Directe warmte, zonder dat je eerst een half uur hoeft te wachten tot de boel op temperatuur is. En het mooiste? Dit kan een flinke impact hebben op de energie-label-scores van je huis. We duiken erin.
Wat zijn infraroodpanelen eigenlijk?
Een infraroodpaneel is een straler. Denk aan de zon op een koude dag: de lucht kan fris zijn, maar zodra de zon op je huid schijnt, voel je directe warmte.
Dat principe werkt ook met een infraroodpaneel. Je zet hem aan, en binnen een minuut voel je de straling op je huid.
Geen gefoel met radiatoren die eerst water moeten verwarmen. Direct elektrisch verwarmen. De kern van de werking zit in het wattage. Een paneel van 400 watt is geschikt voor een kleine slaapkamer of een badkamer.
Voor een woonkamer van ongeveer 25 vierkante meter heb je al snel meer nodig, rond de 800 tot 1000 watt. Het gaat erom dat je de ruimte niet volhangt met te kleine pannen, maar kiest voor het juiste vermogen per vierkante meter. Gemiddeld reken je zo’n 40 watt per m², maar bij een slecht geïsoleerd huis mag dat best wat meer zijn. Waarom is dit belangrijk?
Omdat traditionele verwarming vaak de lucht verwarmt, wat snel verdampt zodra je een raam openzet.
Infrarood verwarmt de muren, de vloer en jou. Die warmte blijft langer hangen, zelfs als je even een raam open hebt staan. Dat scheelt in je verbruik en in je energielabel.
De impact op je energielabel
Een energielabel laat zien hoe energiezuinig je huis is. Het loopt van A+++ tot en met G.
Hoe beter het label, hoe lager je maandlasten en hoe meer subsidie je kunt krijgen.
Infraroodpanelen kunnen helpen om je label te verbeteren, vooral omdat ze elektrisch verwarmen en daardoor geen gas verbruiken. Het is niet zo dat je zomaar een paneel ophangt en je label automatisch omhoog schiet. De berekening van het energielabel kijkt naar het totale energieverbruik per jaar.
Als je gasverbruik daalt door het gebruik van infrarood, en je stroomverbruik stijgt minder hard, dan kan dat een positieve uitwerking hebben. Vooral als je zonnepanelen op het dak hebt liggen: je eigen stroom gebruiken voor verwarming is een gouden combinatie.
Er is een specifieke truc: infraroodpanelen tellen als ‘elektrische ruimteverwarming’ in de energieprestatieberekening. Als je ze slim inzet op plekken waar je weinig bent (zoals de badkamer of het kantoor), verlaag je het totale energieverbruik. Dat telt mee voor je EPC (Energie Prestatie Coëfficiënt), wat direct je energielabel beïnvloedt. Hoe lager je EPC, hoe beter je label.
Infraroodpanelen zijn geen wondermiddel, maar een slimme aanvulling. Ze vullen de isolatie aan, ze vervangen geen dikke spouwmuur.
Subsidies spelen hier een rol. In Nederland zijn er regelingen voor het verduurzamen van je woning, zoals de ISDE (Investeringssubsidie Duurzame Energie).
Infraroodpanelen vallen hier vaak onder, vooral als ze als hoofdverwarming worden ingezet. Voor appartementen is er bijvoorbeeld de SVVE subsidie voor energiebesparing. Check altijd de actuele voorwaarden, want die veranderen jaarlijks.
Welke panelen kies je? Prijs en modellen
Er zijn verschillende soorten infraroodpanelen. De meest voorkomende zijn de glaspanelen, aluminium panelen en de zogenaamde ‘soft’ panelen (met een stoffen afdekking).
Glaspanelen zien er strak uit, zijn vaak verkrijgbaar in zwart of wit en hebben een hoog wattage (tot 1200 watt).
Aluminium panelen zijn lichter en vaak wat goedkoper. Soft panelen zijn flexibel en kun je soms zelfs als schilderij ophangen. Prijzen variëren. Een basic aluminium paneel van 400 watt kost ongeveer €80 tot €120.
Een glaspaneel van 600 watt ligt rond de €150 tot €200. Voor een designpaneel van 800 watt met een afbeelding erop betaal je al snel €250 tot €300. De duurdere modellen hebben vaak een betere stralingshoek en een langere levensduur. Let op het wattage per ruimte.
Voor een badkamer van 6 m² volstaat een 400 watt paneel, maar als je er ’s winters lang wilt douchen, kies dan voor 600 watt.
Voor een woonkamer van 30 m² heb je meerdere panelen nodig, bijvoorbeeld drie stuks van 800 watt, of een combinatie van een groot paneel en een kleine. Het is slim om een berekening te maken of een adviseur in te schakelen voor de juiste verdeling.
Accessoires maken het leven makkelijker. Een thermostaat is essentieel. Je kunt kiezen voor een eenvoudige draadloze thermostaat (rond de €50) of een slimme thermostaat die je via een app bedient (vanaf €100).
Sommige panelen hebben een ingebouwde thermostaat, andere niet. Een vochtigheidssensor in de badkamer kan handig zijn om schimmel te voorkomen.
Praktische tips voor installatie en gebruik
Begin met de plek. Hang een paneel nooit direct boven je hoofd in een kleine ruimte, dat kan oncomfortabel aanvoelen.
Plaats het liever op ooghoogte of iets hoger, zodat de warmte gelijkmatig over de kamer verdeelt. In de slaapkamer hang je ze vaak boven het voeteneind, zodat je voeten direct warmte voelen zonder dat de lucht boven je hoofd te warm wordt. Isolatie blijft belangrijk. Infraroodpanelen werken het beste in goed geïsoleerde ruimtes.
Let wel op het rendement in slecht geïsoleerde woningen, omdat de warmte daar sneller verloren gaat.
Combineer het paneel daarom met tochtstrips, dubbel glas en eventueel vloerisolatie. Zo maximaliseer je het effect en houd je de energierekening laag. Verdeel je wattage slim.
Een veelgemaakte fout is te weinig vermogen installeren. Je voelt dan wel warmte op je huid, maar de kamer koelt te snel af.
Gebruik een vuistregel: 40 watt per m² voor goed geïsoleerde ruimtes, 50-60 watt voor matig geïsoleerde kamers.
Voor een kleine badkamer van 4 m² is 200 watt soms al voldoende, maar voor een onverwarmde zolder van 15 m² kun je beter 800 watt nemen. Subsidie aanvragen of een lokale lening voor verduurzaming afsluiten? Doe dit voordat je de panelen koopt. De ISDE-subsidie vereist dat je de panelen laat installeren door een erkend bedrijf, of dat je zelf een bewijs van aanschaf en specificaties kunt overleggen.
Houd rekening met een eigen bijdrage: de subsidie dekt niet 100% van de kosten, maar vaak 20% tot 30%. Check de website van RVO voor de exacte bedragen per wattage en model.
Tot slot: probeer het uit. Begin met één paneel in de badkamer of het kantoor. Voel hoe snel de warmte komt, hoeveel stroom het verbruikt en hoe je comfort toeneemt.
Als het bevalt, breid je uit. Zo bouw je stap voor stap een efficiënt verwarmingssysteem dat je energielabel én je portemonnee ten goede komt.
